©2018 by homocaballus. Proudly created with Wix.com

Our Recent Posts

De perceptie van het paard

February 8, 2006

Je krijgt wat je beloont

February 7, 2006

Verbeter je paard, begin bij jezelf

February 6, 2006

1/1
Please reload

Tags

Please reload

Over hulpen en natuurkunde

February 5, 2006

Door op een paard te gaan zitten belasten we het paard knap zwaar en we richten daarmee schade aan in het paardenlijf. Wanneer we de egoïstische beslissing genomen hebben dat we dit gaan doen, dan hebben we de ethische plicht dit op een biomechanisch verantwoorde manier te doen zodat een paard minimale schade ondervindt door onze belasting.
 

We moeten correct leren zitten en bewegen, het paard moet leren bewegen onder ons gewicht en geen geestelijke stress krijgen door het berijden. Daartoe moet de ruiter zelf leren rijden en leren beleren. Het paard moet door de ruiter gedresseerd worden en lichamelijk getraind: het paard moet kunnen en begrijpen wat we vragen. Dressuur is de kunst van het dresseren. Dresseren is het aanleren van bepaald gedrag op een bepaald signaal.
 

 

‘ Hulpen’ is paardrij-jargon voor het geven van signalen. Omdat het een paard niet helpt in de betekenis van het woord zoals dit in het woordenboek staat, gebruik ik ‘signaal’.

Binnen mijn manier van rijden bestaan signalen uit verschillende tekens en manieren om die te geven. De specifieke combinatie geeft het paard een signaal wat om een bepaald gedrag vraagt. Zo is de combinatie van bekken kantelen en kuiten iets aanleggen een ‘halve ophouding’ welke een signaal ter attentie is. In combinatie met een begrenzend teken aan de voorzijde wordt het een signaal om een gang te minderen.
 

Het is cruciaal dat de signalen welke een paard krijgt eenduidig en ondubbelzinnig zijn: helder zijn. Iets van een paard vragen zonder dat het begrijpt wat geeft stress bij het paard. Mijn systeem van signalen maakt gebruik van stem, lichaam en lichaamsdelen (van aanraking tot verplaatsen van het zwaartepunt), halsring en leidstok gecombineerd met ‘focus’, gerichte concentratie.
 

De systematiek berust op een aantal basisafspraken met het paard:
 

1. is ‘wijken voor druk’. Dit tussen aanhalingstekens omdat het paard niets ONTwijkt doch NAAR de tegenovergestelde richting beweegt: weerstandsloos naar de beloning, niet weg van druk.

Even ter verduidelijking uit het verband getrokken en van andere tekens ontdaan: kuit links achter de singel aandrukken in combinatie met rechterkuit voor de singel = achterhand naar rechts en voorkant naar links = draai om de as.
 

2. is dat het gevraagde gedrag geldt (in principe) zo lang er geen ander signaal gegeven wordt: als ik draf gevraagd heb wil ik draf tot ik wat anders vraag; als ik achteruit vraag wil ik achteruit tot ik stop vraag.
 

3. meer intensiteit vraagt meer van het gedrag: zo veel als nodig, zo weinig mogelijk.
 

Het is de crux is om de verschillende elementen van een signaal ZO te combineren dat ze dezelfde ‘richting’ hebben. Een paard aansporen en met het bit tegenhouden zijn tegenstrijdig, dat is wel helder. Het is echter VEEL fundamenteler! Hier komen we bij natuurkunde.
 

Actie = reactie

Elke kracht leidt tot een gelijke kracht in tegengestelde richting.

Dit kan je het beste begrijpen in een klein roeibootje met een touw aan de steven: ga in dat bootje zitten en trek aan het touw: je drijft met boot en al naar de kant. Jij trekt naar ACHTEREN aan het touw, dat zit vast aan de wal en je zitvlak brengt de reactiekracht over op de boot waardoor deze naar VOREN geduwd wordt. Ga met je gezicht naar de steven in het bootje staan en steek je arm ver uit: als je niet met je lichaam in de tegenovergestelde richting helt sla je met bootje en al om.

EXACT hetzelfde gebeurt in het zadel: trek aan de teugel en je duwt het zadel naar voren. DIT ZIJN TWEE TEGENGESTELDE TEKENS VOOR HET PAARD!!!!! Trek aan de rechter teugel en je moet met je lijf een kracht naar links uitoefenen om in het zadel te blijven; DIT ZIJN…… inderdaad, twee tegengestelde krachten = twee tegengestelde tekens voor het paard. Het paard voelt niet wat jij bedoelt maar alleen de uitwerking van wat jij doet; de resulterende krachten op diens lijf.

Het zal helder zijn dat de ruiter een heel goed begrip van het systeem van signalen moet hebben en deze eenduidig moet kunnen combineren vanuit een onafhankelijke zit.
 

Onafhankelijke zit

Een onafhankelijke zit is een evenwicht waarbij de ruiter diens zwaartepunt boven diens zitcentrum in het zadel houdt zonder aan/tegen het paard te trekken/duwen.

Een onafhankelijke zit is dus het van het paard onafhankelijk balanceren van het lijf boven de zit. Om deze balans te kunnen bewaren is het coherent geven van lichamelijke tekens complex: een kracht met de rechterkuit vraagt compensatie door meer gewicht op het linker zitbeen. Het lastige is niet het evenwicht te bewaren maar om de compenserende krachten voor het paard coherent te laten zijn binnen een signaal.
 

Een goed voorbeeld is het ‘stellen’ van een paard, het van neus tot staartwortel evenredig te laten buigen parallel aan een gereden cirkelomtrek.

1. Rechtsom: mijn linkerhand hou ik boven de manenkam en ik draai de halsring met de wijzers van de klok mee.

2. Hierdoor draai ik mijn schouders iets rechtsom.

3. De halsring raakt rechts de halsaanzet en links de nek hoog. Mijn rechterbeen ligt op de neutrale plek en mijn linkerbeen ligt achter de singel.

4. Hierdoor draai ik mijn heup iets linksom.

5. Mijn stabiel gehouden NIET drukkende benen geven een virtuele begrenzing aan van de binnen- en buitenzijde van de beweging. Mijn schouders zijn parallel aan de schouders van het paard, mijn heupen parallel aan de heupen van het paard: de spirale zit!

Mijn benen drukken me niet uit mijn evenwicht en mijn armen evenmin. Het paard voelt alleen coherente krachten/aanrakingen en zo een helder coherent samengesteld signaal. Wat betreft de gang en het tempo zijn de afspraken ook helder: ik heb vooraf de gewenste gang aangegeven en die wordt aangehouden tot ik wat anders vraag. Het tempo geef ik aan door het ritme van mijn lichaamsbeweging synchroon met die gang en het tempo dat ik wens.

‘Synchroon’ brengt me bij het laatste punt van rijtechniek.
 

Stel je een dikke tak in een rivier voor: dit LIJKT gewichtsloos voort te bewegen. In werkelijkheid houdt de rivier de tak omhoog EN duwt deze vooruit. Vooral dit laatste is gemakkelijk over het hoofd te zien. De tak gaat langzamer dan het water want het water moet het blok voortstuwen: een blaadje dat van de tak af valt zal heel snel voor liggen op de tak doch zelfs het blaadje moet voortbewogen worden en gaat ook NET weer wat langzamer dan de stroom zelf. De rivier verricht arbeid met het voorstuwen; tak en blad oefenen remmende krachten uit op de rivier. De ruiter is net als de tak in de rivier.

Aan het naar boven houden kunnen we niets veranderen; we wegen wat we wegen doordat de zwaartekracht ons naar beneden trekt en de ondersteunende kracht van het paard houdt ons omhoog. Aan de arbeid welke het paard moet verrichten om ons als de tak in de rivier voort te stuwen kunnen we WEL wat doen door ons lichaam synchroon met dat van het paard te bewegen. NIET met het paard ‘meegaan’, je niet door je danspartner laten voortsleuren, maar synchroon samen dansen.
 

Uiteraard is die beweging in elke gang anders en ook is het tempo variabel. Door zelfs het tempo iets te versnellen of te vertragen, oefen je respectievelijk stuwende of remmede kracht uit op het paard = een teken wat in combinatie met de corresponderende lichaamshouding deel uitmaakt van een signaal om in dezelfde gang te versnellen of te vertragen.
 

 

Voorwerpen en associaties

Wanneer we een paard leren naar rechts te stappen, leren we dit aan door dit gewenste gedrag te belonen en het te koppelen aan een signaal. We raken het paard links aan en als het naar rechts stapt ervaart het een beloning.

Op de grond staande leggen we de vinger op de flank of raken de schouder aan met een voorwerp. Onder het zadel kunnen we ons been aanleggen, of een aanraking met een voorwerp geven.Het paard weet dat deze aanraking links ‘naar rechts’ betekent en associeert het positief met de beloning die het ervoor gaat krijgen. Waar het paard mee aangeraakt wordt is irrelevant. De crux is de helderheid van het signaal in combinatie met de positieve associatie.

Een kind wat zich nog nooit aan een kachel gebrand heeft weet niet dat deze potentieel gevaarlijk heet is en associeert het ding alleen met aangename warmte. Een paard wat nog nooit een mep met een zweep heeft gekregen associeert dit voorwerp met signalen en beloning. Een paard wat nog nooit pijnlijk gepord is met een spoor associeert dit voorwerp met signalen en beloning.

Voor een paard is het volkomen irrelevant waar het mee aangeraakt wordt!! Het draait om correct eenduidig signalen geven en het gewenste gedrag belonen.

Voorbeeld

Door het paard achter de singel met de vinger aan te raken vragen we de achterhand opzij te bewegen. Die aanraking kunnen we ook met de neus uitvoeren doch in de praktijk is dat handiger met een verlenger van de vinger; een leidstok. Onder het zadel kan dat met een teen doch omdat die aan de daarvoor verkeerde kant van onze voet zitten leggen we de kuit aan. Dat is in vergelijking met de vinger een enorm oppervlak dus relatief onnauwkeurig. Een kunstvinger op de kuit zou een hele verbetering van die nauwkeurigheid zijn: zie hier de spoor.


Door onvaardige motoriek en gebrek aan kennis van positief belonen krijgen de meeste paarden heel negatieve ervaringen met spoorgebruik. Dit ligt niet aan die spoor maar aan onkundig gebruik. Idem zweep, bit, touwhalster, etcetera. Denk aan het woord leidstok; die dient om het paard te leiden, leiding te geven. Dat sommige mensen het woord stok associeren met slaan ligt bij de levenservaring van die mensen. Het gaat om LEIDEN, niet lijden….

 

Resume

Dit is geen tot op de letter uitgeschreven handboek met betrekking tot rijtechniek. Het is wel een uitleg van een coherente methode. Het is een illustratie van hoe Ursa Major aan de hemel te vinden is, hoe deze Polaris aanwijst met een uitleg van hoe je nu op de sterren kan navigeren. Dat navigeren zal je zelf moeten doen en kan niet voor elke situatie voor je uitgetekend worden omdat het afhangt van waar je bent en waar je heen wilt.

Zo ook biomechanisch correcte rijtechniek. De kwaliteit van de signalen is afhankelijk van de kwaliteit van de zit, de kwaliteit van de motoriek en de mate van BEGRIP van de ruiter; van waar die ruiter is en heen wil.

Please reload

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now