©2018 by homocaballus. Proudly created with Wix.com

Our Recent Posts

De perceptie van het paard

February 8, 2006

Je krijgt wat je beloont

February 7, 2006

Verbeter je paard, begin bij jezelf

February 6, 2006

1/1
Please reload

Tags

Please reload

Verbeter je paard, begin bij jezelf

February 6, 2006

Bij paardrijden komen zeer veel totaal verschillende aspecten bij elkaar en als je er goed over nadenkt is het enige gemeenschappelijk en het enige echte criterium de perceptie van het paard: Wat vindt het paard van het zadel, wat vindt het paard van de optoming, wat vindt het paard van de ruiter, wat vindt het paard van de omstandigheden; wat vindt het paard?! Degene die de beslissingen over de invulling van dit alles neemt is de ruiter. Zo zijn we weer terug bij dat dier dat op de onbegrensde vlaktes is geëvolueerd. Terug bij de ‘open deur’ en het ‘je krijgt wat je beloont’.

Het model is daarmee erg eenvoudig:

a. waarborg dat jouw paard het idee heeft niet gedwongen te zijn en

b. maak het de moeite waard voor joúw leiderschap te kiezen.

Klaar.
 

Alles wat de wijde wereld op jullie los kan laten kunnen jullie hiermee aan. ‘Ja maar, als mijn paard schrikt van....’ Dan ben jíj toch de veilige haven?! De ruiter is de zwakste schakel.

Goed, dat is opgelost, maar het hoé dan is een heel ander punt. Paarden zijn individueel verschillend maar gelukkig is een paard relatief eenvoudig te begrijpen want door de evolutie geprogrammeerd met het programma ‘paard’. Wij hebben als sterkste eigenschap onze hersenen, onze creativiteit, ons inlevingsvermogen. Gebruík die hersenen; je hoeft alleen maar aan te tonen dat jíj de verstandigste leider bent. Aangezien jij de beschikking hebt over het voer, het drinken, inzicht in de leefomstandigheden, -omgeving, het meeste verstand van de bedreigingen, heb je veel troefkaarten in huis.
 

PLAATJES: Capricho na een zware terreinrit, onbezweet en ontspannen...geen stress
 

 

Nu, in ónze tijd, kunnen we daar met ons begrip van de ethologie en vanuit onze luxe-posititie van het niet meer voor het overleven nódig hebben van het paard aan toevoegen: maak het de moeite waard voor het paard.

Ik hoop dát met deze site toe te voegen; dat het paard uit eigen vrije wil vóór de taak die jij vraagt kiest. Het kernelement is jouw paard te laten wíllen wat jij wilt. Daarbij is elk paard binnen het paardzijn individueel verschillend doch het kan nog steeds alleen maar paard zijn. De méns is de specialist in het aanpassen; het brein. De taak de juiste positief motiverende formule bij het individuele paard te vinden ligt bij de mens.

De zwakste schakel is daarmee de ruiter; verbeter je paard, begin bij jezelf.

 

Randvoorwaarden en hulpmiddelen

 

Bij het werken met paarden zijn er verschillende randvoorwaarden:

 

Een paard is een groot beest.

Weegt zomaar 500 kilo. Ook onbedoeld in een schrikbeweging blijft 500 kilo een halve tón als het op je voet of erger gaat staan. Een paard is te groot en te sterk om zonder gezond respect te behandelen. Angst is een slechte raadgever, maar je moet wel altijd proberen de dingen inherent veilig te doen. Inherent veilig is dat wat als het fout gaat toch niet verkeerd af kan lopen. Een voorbeeld is het onder de buik door aanpakken van de singel: dat doe je met je gezicht naar de staart, met de arm die aan de paardzijde is. Mócht het paard zich verstappen of een hoef optillen, dan duwt het jou of jouw arm opzij in plaats van bij jouw lichaam of gezicht in de buurt te komen.

Zelfs wanneer je oplet en je verstand gebruikt, dan nóg kunnen er onvoorziene dingen gebeuren. Paardrijden is statistisch gezien een risicosport. Hoewel wettelijk geen beschermende kleding verplicht is, is dit natuurlijk wel een goed idee en helemaal jouw eigen verantwoordelijkheid. Paarden zijn niet gevaarlijk, maar wel grote en levende wezens met een eigen overlevingsdrang.

Bij het ‘Paardrijden volgens HC’ zijn er nog wat meer voorwaarden.

 

Paarden zijn lichaamstaal-lezers van ‘beroep’

Die zien dus van een afstand hoe jij in je vel zit. Ben je erg moe, heb je een rotdag gehad, zit je niet lekker in je vel of ben je er gewoon niet helemaal bij; allemaal redenen om níet met jouw paard aan het werk te gaan. Rijden is geen verplichting, en het heeft alleen zin als het win-win is.

Om lichaamstaal te kunnen spreken, om onafhankelijk te kunnen zitten, om synchroon met jouw paard te kunnen bewegen, moet je voldoende lenig en fit zijn. Wat heeft het voor zin om jouw paard te gymnastiseren als je zelf diens soepele bewegingen als een stijve hark tegen gaat zitten werken. Als je van 2 uur buitenrijden na 1½ moé bent, ben je niet fit genoeg voor zo’n rit: zie vorige punt.

Als je de pech hebt van nature niet atletisch of handig te zijn, dan zal je dat meer inzet kosten; het blijven randvoorwaarden. Om bijvoorbeeld op basis van fijne signalen met jouw paard te kunnen communiceren moet je wel de fijne motoriek daarvoor hebben of ontwikkelen.
 

Een voorbeeld is het op- en afstappen. Het komt míj volkomen logisch voor dat je eerst de remmen van je fiets probeert vóór je een helling afrijdt. Met paardrijden zie ik dat niet anders; ik vind dat ik er altijd en overal veilig en vlot zonder hulp áf moet kunnen komen en wel van beíde kanten. Daarna komt het opstappen pas in beeld. Ook dat moet ik altijd en overal, veilig en zonder hulp zelfstandig kunnen, wederom van beide kanten. Dat ik soms besluit om waar mogelijk van een verhoging gebruik te maken om te proberen de ruggengraat van het paard te ontlasten staat hier los van; ik moet het wel kúnnen. Ik heb zelf de pech door aanleg en vorige avonturen een erg mottig onderstel te hebben en heb enóm veel moeten trainen, zelfs hulp van de fysiotherapeut nodig gehad, voor ik mezelf een fiat kon geven.
 

Geestelijk geldt helemaal het zelfde. Gespannen of boos heb je niets bij een paard in de buurt te zoeken. Angst en paardrijden gaan niet samen en drifbuien idem ditto. ‘Zzzénnnnn’, is wat je nodig hebt. Van het begrip ‘innerlijke rust’ word ik een beetje iebel, maar het klopt wel. Voor mezelf is wat er op de Rittersite ‘Zen and horseriding’ staat essentieële kost. Als je van jezelf al in rust en evenwicht bent heb je een voordeel. Net als bij de lichamelijke mogelijkheden is er bij de geestelijke ook een eigenschap waar je over moet beschikken of waar je aan moet schaven; invoelingsvermogen. Zonder gaat het niet.

‘Fitheid’ van lijf en geest gaan samen en zijn randvoorwaarden.
 

 

 

De hulpmiddelen die ik zelf gebruik zijn eenvoudig.

Bij bijna alles maak ik gebuik van een leidstok; letterlijk een lange vinger (zie afbeelding op het eerste blad). Uiteraard niet om te slaan, maar voor vingerwijzingen tot maximaal ‘touch the skin’. Ik kan er makkelijk mee aanwijzen, mijn paard mee aanraken, een imaginaire deur mee open of dicht doen. Ik heb ze zelf gemaakt van golfstokken die bij het afval langs de weg stonden. Fijn in balans, 90 cm. lang, licht van gewicht (120 gram) en toch voldoende stijf.
 

Bij het grondwerk, wat ik hoofdzakelijk buiten in de campo uitvoer, heb ik niet meer dan een halsring of een goed aansluitend touwhalster, een 3-4 meter lang leidtouw en mijn leidstok mee. Als een erg prettig alternatief voor sommige paarden ervaar ik een wat korter leidtouw met niet-schuivende lus om de hals. Dit is ook een prettige tussenstap om het paard aan de voorbereidingen van een halsring te laten wennen.
 

Onder het zadel ook weer de leidstok in de ene hand en de teugels van een bitlessbridle of de halsring in de andere, of niets ;-) We hebben het Bitlessbridle in verschillende uitvoeringen van zelfgemaakt tot biothane; ze werken allemaal doch ik prefereer soepel leer. De halsring kun je van leer of sisal-touw maken, of gewoon een TTeam-ring kopen. Ik heb of de afbeelding het sisal met handvattape voor een tennisracket omwonden.
 

PLAATJES: Links een halsring en rechts een Bitless Vaquera Bridle. Midden: boomslepen met een Bittless Bridle.
 

  

Aan alles wat ik op deze site vertel en laat zien is veel tijd vooraf gegaan. Héél veel tijd. Geen honderden maar duizenden uren kwaliteitstijd. Die tijd is essentieel. Heb je geen tijd; lees dan liever een mooi boek over paardrijden in plaats van het zelf te gaan doen. In jouw eigen belang en vooral in dat van jouw paard.

Het belangrijkste hulpmiddel is kwaliteitstijd.
 

Tot slot: stap voor stap. Niet alleen één nieuw ding per keer, maar ook niet verder gaan voor het erin zit en dan eerst rust. Als je te snel wilt wordt het een omgekeerde Johannes-processie: een stap vooruit, twéé achteruit...

Please reload

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now